Bel me op: 030-6701184

De jihad strijder

Vandaag zag ik op de televisie een item van Nieuwsuur over de strijd van Nederlandse jongeren in Syrië. Aan het woord kwam een Marokkaanse jongen met een baard die zijn kennis van het Nederlandse leger trachtte over te dragen op de revolutionaire strijders in Syrië. Ik merk dat je dan eerst die gedachten krijgt die waarschijnlijk het merendeel van de Nederlanders zal hebben. Wat doet zo’n jongen in dat land, waarom opeens die baard, wat wil je daar nou eigenlijk betekenen. Toch merkte ik dat er een gevoel van erkenning ontstond. Het was een aardige, intelligente en zeer welbespraakte man, die uitstekend en goed overdacht zijn gedachten kon verwoorden. Heel duidelijk zag je zijn verdriet over het in de steek laten van de Syrische bevolking. “Het westen laat dit land volkomen barsten,” zei hij en kon het niet langer aanzien. Heeft hij ongelijk? Nee, wij trekken massaal onze handen af van dit proces, wij hebben geleerd van Irak en Afghanistan. Wij hebben geleerd dat het wegsturen van een dictator niet betekent dat er een bestuur voor terugkomt dat ook maar enigszins anders is dan wat er was. We zien geen vrede ontstaan of vreedzame coexistentie tussen de diverse geloofsgroepen, geen goede grondwet. Het blijven broedplaatsen van terreur en onenigheid, die zich vertalen in bomaanslagen, verkrachting over en weer, en oneindig geruzie tussen Shiieten, Alowieten en Soennieten.
Ik begrijp heel goed de keuze van deze jongen, hij kon het uitstekend duidelijk maken, hij maakte me aan het twijfelen, maar het enige waar hij volgens mij niet over na heeft gedacht is de vraag wat er overblijft na zijn strijd. Wat voor situatie zal hij daar achter laten en hoeveel beter is dat dan de wankele toestand van evenwicht onder de dictator. Zal hij dan ook vinden dat zijn strijd gerechtvaardigd was, zal hij nog leven om zich deze vragen te stellen. Deze absoluut prettige en weldenkende mens kan een uiterst verbitterde beschouwer  worden van zijn inzet. Voor hem hoop ik dat zijn strijd niet voor niets zal zijn. Ik hoop dat hij vecht voor een land met een grondwet die vrijheid van godsdienst toestaat, ik hoop dat hij inziet dat zowel hij als de tegenpartij “Allahu achbar” schreeuwen als de bom inslaat of de explosie slaagt. Ik hoop dat hij ziet dat er honderden verschillende meningen strijden voor een verschillende inzet. Ik hoop dat hij heel thuis zal komen en dat zijn bijdrage niet voor niets zal zijn.