Bel me op: 030-6701184

De verkeersdeskundige

Als er een beroepsgroep is geweest die de afgelopen decennia voor ellende gezorgd heeft, dan is het wel die van de verkeersdeskundigen. Onder het mom van vakbekwaamheid is Nederland opgezadeld met de meest absurde verkeerssystemen die je maar kunt voorstellen. Zo liep in mijn jonge jaren de blauwe tram door ons dorpje. Deze had een vrij tracé van Rotterdam tot Haarlem. Een prachtige, gezellige verbinding met een conducteur, een trambestuurder en heel veel knus volk. In die tijd hoorde ik geloof ik voor het eerst van verkeersdeskundigen. Zij besloten dat een tram ouderwets was en dat de bus de toekomst had. Dus verdween de trambaan, de rails maakte plaats voor asfalt en binnen tien jaar stond die prachtige bus klem in alle files die het oprukkend autogeweld maar veroorzaakte. Daar hadden de verkeersdeskundigen geen rekening mee gehouden. Inmiddels hebben nieuwe kundigen in die streek weer gepleit voor het doortrekken van de tram van Den Haag door ons dorpje naar Leiden, want zo’n vrije trambaan dat heeft de toekomst. Lust je nog peultjes?

Wat betreft Leidsche Rijn geldt hetzelfde. Zes jaar geleden ronkte het stadsbestuur van Utrecht: ‘Eerst komt er hoogwaardig openbaar vervoer, en dan pas bouwen we de nieuwe stad.’

‘Wie gaat dat betalen?’ vroeg het rijk. ‘Nou U,’ zei Utrecht. ‘Dat kan je vergeten,’ zei het Rijk en dus dacht Utrecht ‘laten we dan maar alvast gaan bouwen.’ Een samenwerkingsverband van politici en verkeersdeskundigen –  een slechtere combinatie is niet mogelijk – fantaseerde een autoluwe wijk bij elkaar, doorsneden met mirakels openbaar vervoer. Ze schotelden ons van die plattegronden voor waarin de hele handel al op poten stond, de situatie in 2030 zal ik maar zeggen. Nou is dat idee van autoluw natuurlijk niet gek, maar… als je met zo’n wijk begint zal je toch eerst rekening moeten houden met het feit dat er nog niets is… zoals bij ons in Langerak zal ik maar zeggen. Wij hebben niets, geen bus, geen winkel, geen brievenbus, geen telefooncel, geen postkantoor of bank… niets. En daar zitten wij dan in onze autoluwe wijk met 1.1 à 1.2 parkeerplaatsen per woning, te nauwe straten en NOG hoogwaardig-  NOG openbaar vervoer. Zou zo’n verkeersdeskundige nou niet weten dat een wijk een opbouwperiode kent. Begrijpt zo’n jongen of meisje dat er dan niets is en dat het misschien verstandig is om in zo’n geval iets minder autoluw te zijn en wat meer parkeerplaatsen te plannen voor de noodzakelijke auto’s van die arme nieuwe wijkbewoners. Nee dus!!!

Ik heb geen kinderen, maar mocht ik een dochtertje of zoontje hebben dat zou aankondigen wel geïnteresseerd te zijn in het vak verkeersdeskundige of politicus dan zou ik mijn oogappel alle hoeken van het huis laten zien. Dat nooit, dan nog liever de prostitutie in!