Bel me op: 030-6701184

Hij is dood

Op de eerste pagina van dit deel over mijn columns schreef ik al, dat ik zo af en toe, als de tijd het toeliet – een nieuwe column zou schrijven en nu, na een slome werkdag in de winkel, is dit zo’n moment. Thuis gekomen zag ik een aparte envelop liggen bij de brievenbus. Het was een overlijdensbericht, maar ook weer niet, want de zo bekende rouwrand was vervangen door een rand in de kleuren van de regenboog en op de postzegel bevond zich de afbeelding van de persoon die gestorven was.

Jacques Drabbe is dood. Een bijzonder mens die ik onlangs nog tegenkwam in de kroeg waar hij zijn vertrouwde warme chocolademelk kwam dringen. Hij zag er geweldig uit en op een opmerking daarover mijnerzijds maakt hij ook melding van een goede gezondheid. Hij had behoorlijke problemen gehad met kanker en zo, maar de behandeling had geholpen en Jacques zag er uit zoals alleen Jacques er uit kon zien. Statig, frêle en grijs.

Het was een rustige, wat teruggetrokken man, welopgevoed met uitstekende manieren, nooit grof in de mond, altijd kwamen er goed gekozen woorden uit zijn mond. Hij was een van de grondleggers van het COC in Utrecht in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Het was de tijd waarin je nog schuilnamen koos als je tot de club behoorde, de tijd van strafbaar zijn. Artikel 248 bis bestond nog en de politie had geen enkele bewondering voor homo’s laat staan dat zij het voor deze groep opnam.

Het was dankzij Jacques en de zijnen dat er een COC in Utrecht kwam, jaren lang verzamelde het volk zich daar in de kelder onder zijn huis aan de Nieuwegracht. Alles keurig geregeld en volgens beschreven afspraken. Menig bestuurslid van het COC heeft zich moeten melden als er het een en ander was voorgevallen wat niet volgens de regels was. Hij was een man van het woord en hij hield zich eraan. Vormelijk zou je hem kunnen noemen, maar tegelijk ook bezorgd en meelevend. Wat je hem vertelde sloeg hij op en altijd werd er met belangstelling op teruggekomen.

In de tachtiger jaren werkte ik in de Gouwe Gheyt, het was een van eerste open kroegen voor homo’s en lesbo’s. Geen portier, iedereen kon erin en eruit lopen. Dat leverde nog weleens problemen op met tuig en volk dat je niet wilde. Op een avond zag ik Jacques binnenkomen en vrijwel meteen was hij weer verdwenen. Een paar minuten later werd er gebeld, Jacques aan de lijn met de mededeling dat een persoon die er zus en zo uitzag, niet te vertrouwen was en een zakkenroller. Ik kon de omstanders waarschuwen. Dat was Jacques ten voeten uit, je niet storen in de kroeg maar kiezen voor een andere directe aanpak.

Hij heeft zijn overlijdensbericht zelf geschreven en zijn toon is schitterend. Zijn lichaam gaat naar de wetenschap ‘in de hoop dat leergierige en toegewijde studenten enthousiast met het materiaal aan de slag kunnen om het geheim “mens en leven en dood” verder te ontwarren.’ De executeur testamentair hoefde alleen maar datum  en plaats van overlijden in te vullen met de pen. Dat was Jacques. Ik zal zijn stille aanwezigheid in onze roze wereld niet snel vergeten. Rust in vrede jongen.

Ik kreeg enkele dagen na dit bericht nog een mail van een familielid. Buiten het feit dat zij haar oom goed herkende in het bericht, meldde ze ook dat niet de executeur testamentair de stad en datum van sterven had ingevuld, maar dat deze  “triomfantelijk in zijn eigen handschrift” in de brief geschreven zijn. Hij heeft het allemaal in eigen hand gehouden. Bedankt voor deze toevoeging en het leek me juist dit aan te vullen! (JvG)