Bel me op: 030-6701184

Inspraak en bomen

Onlangs hebben we weer een prettige inspraakervaring mogen meemaken. Enkele weken geleden liepen een groot aantal bewoners van onze wijk mee in de wijkschouw. Bij die wijkschouw was ook de landschapsarchitect aanwezig. Dit was niet de architect die aan de basis had gestaan van het landschappelijke ontwerp van Leidsche Rijn, maar zijn opvolger. Bij het passeren van onze straat meldde hij terloops dat er binnenkort elzen zouden worden geplant. Nu hadden wij met de buren al lang overeenstemming bereikt over het neerzetten van knotwilgen. Maanden geleden wilden wij zelf al de spade in de grond te steken teneinde onze sloot van bomen te voorzien.

De architect was niet meteen afkerig van ons idee,  maar zei dat hij in overleg ging met zijn voorganger, die hij in deze niet wilde passeren. Dat vond ik al wat onzuivere koffie, waarom kan zo’n man niet gelijk zelf besluiten of het wel of niet kan, hij is nu toch de baas?

Wel, u begrijpt het zeker al, enige dagen geleden kregen we een telefoontje en driemaal raden: het worden elzen. Lang leve de inspraak, ze willen allemaal dolgraag dat we meepraten en als dat niet gebeurd zijn ze teleurgesteld, maar als nagenoeg alle inwoners van een straat hun voorkeur aangeven en daarbij zelfs aanbieden garant te staan voor het onderhoud, dan moet je toch wel behoorlijk van de pot zijn om daar niet op in te gaan.

De argumentatie van de landschapsarchitect nam enige tijd in beslag, het bleef een viertal minuten stil aan de telefoon, mijn man hoorde het verhaal geduldig aan en op een zeker moment hoorde ik hem zeggen: ‘alle argumenten die u gebruikt voor het aanplanten van de els kan ik precies zo gebruiken voor de knotwilg!’

Maar dat had mijn man natuurlijk helemaal fout gezien en dat was natuurlijk een kinderachtige redenering en zo ging het nog wat minuten door. Een tamelijk hopeloos gesprek dus. Nou maken we vaker mee dat architecten als een soort van kleuter vast houden aan hun oorspronkelijke plannen. Aan hun ontworpen huis mag niets veranderd worden want dat doorbreekt het strakke lijnenspel of wat ze ook voor gezwam produceren ter verdediging van hun producten. Opvallend is dat het vaak mannen zijn die zo vasthouden, alsof ze onderling aan vechten zijn om wie de langste heeft, waarbij ze natuurlijk allemaal denken zelf de langste te hebben. Dan is er niets meer mogelijk want, ik ben de sterkste, de beste, de grootste de excentriekste, en wat ik maak is fantastisch en onveranderbaar.

Natuurlijk gaan we niet akkoord met onze elzen en vervolgen wij de strijd voor de knotwilg. Een prachtige boom die wilg, heel ijl, heel landschappelijk en hij past precies in de omgeving, kijk maar naar de Groenedijk, daar staan ze ook. Ze mochten blijven van de landschapsarchitect en dat mag een wonder heten!